In dialoog over samenwerking in CO₂-opslag

“Nog geen 100 procent gelopen race”

Eric Kreft (EBN) spreekt samenwerkingspartner Thijs de Vries (Gasunie).

Eric Kreft en Thijs de Vries werken samen in de CO₂-opslagprojecten Porthos en Athos. Thijs de Vries is senior business developer New Energy bij Gasunie. Eric Kreft is programma manager CCUS a.i. bij EBN.

Eric: “Fijn dat we op afstand toch deze dialoog kunnen voeren. Hoe is het jou de afgelopen tijd vergaan? Wat is de impact van de corona maatregelen op jullie organisatie / activiteiten / projecten?”

Thijs: “Gasunie heeft een aantal belangrijke operationele taken – zoals landelijk gastransport – dus een aantal medewerkers heeft een essentiële functie. We hebben ons er op gericht hen zo veel mogelijk te ondersteunen en het mogelijk te maken dat zij veilig kunnen werken. Het gaat bijvoorbeeld om mensen die vanaf het hoofdkantoor en door het land heen het netwerk opereren en onderhouden. Verder werkt het grootste deel van ons bedrijf thuis. Gelukkig zijn we goed voorbereid op thuiswerken. Projecten gaan gewoon door, er wordt hard doorgewerkt. Het lijkt zelfs wel drukker dan gewoonlijk. We horen wel dat het voor sommige mensen echt een ingewikkelde situatie is, bijvoorbeeld voor medewerkers met kleine kinderen. Dat zal bij EBN niet anders zijn.”

Athos in IJmuiden

Porthos in Rottterdam

Eric: “Gasunie en EBN hebben een waardevolle samenwerking, onder meer in nieuwe activiteiten zoals de Carbon Capture and Storage (CCS-) projecten Porthos en Athos. Als organisaties vullen we elkaar mooi aan wat betreft kennis en expertise. Gasunie brengt ervaring als operator mee en bestrijkt zowel het onshore als het offshore deel van de energietransitie. Kun je iets vertellen over hoe jij de samenwerking ervaart tussen Gasunie en EBN? Hoe zie jij de rolverdeling tussen Gasunie en EBN?”

Thijs: “Met de projecten Porthos en Athos is het is voor het eerst dat we zo diepgaand samenwerken. We hebben wel samengewerkt in adviestrajecten maar nu worden we voor het eerst gezamenlijk aandeelhouder van een bedrijf. Op het gebied van kennis en competenties vullen we elkaar mooi aan, bijvoorbeeld als het gaat om transport, infrastructuur, operatie en het uitvoeren van grote projecten. Vanuit haar mijnbouwactiviteiten en de organisatie van offshore gaswinning heeft EBN gerichte ideeën over hoe CO2-opslag er uit zou moeten zien. We zijn wel heel andere bedrijven. Dit komt doordat EBN een beleidsdeelneming en Gasunie een staatsdeelneming is. EBN zit dichter op het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK). Gasunie staat meer op afstand van de aandeelhouder en is gericht op haar taak zelf projecten uit te voeren waarvoor zij mandaat heeft. Gasunie vervult met het opereren van Nederlandse en Duitse infrastructuur ook een grote operationele rol. In de samenwerking kunnen we goed met elkaar praten over de verschillen die we ervaren en groeien we steeds meer naar elkaar toe. Op persoonlijk niveau is de samenwerking heel prettig. Op de inhoud zijn we hard en op de mens zacht. Hard op de bal, zacht op de man.”

Eric: “Naast haar traditionele activiteiten is EBN zich de afgelopen jaren steeds meer gaan richten op nieuwe activiteiten om een bijdrage te leveren aan de transitie naar een klimaatneutraal energiesysteem in 2050. Dit is een beweging die Gasunie ook maakt. Kun je iets vertellen over de nieuwe rol en activiteiten van Gasunie? Waarom is Gasunie partner in Porthos en Athos? En in de ontwikkeling van waterstof en andere activiteiten op het gebied van transport van gas?”

Thijs: “Vanuit onze kennis van de gasinfrastructuur denken we een belangrijke rol in de operatie van nieuwe technologieën te kunnen spelen. We doen dat op vier gebieden: waterstof, groen gas, warmte en CO2. Op het gebied van CO2 werken we meestal met EBN samen. We werken aan projecten voor de ontwikkeling van infrastructuur en opslag van CO2 gekoppeld aan industriële locaties waar CO2 wordt uitgestoten. Belangrijke projecten zijn uiteraard Porthos en Athos. Waterstof is voor Gasunie het belangrijkste thema, hier werkt een groot team aan. De rol die we nu bij aardgas in het transport en de opslag hebben, willen we ook bij waterstof verkrijgen. In Zeeland hebben we bijvoorbeeld een pilot waarbij we een aardgasleiding omgezet hebben voor waterstoftransport tussen twee industrieën. We werken ook aan projecten voor de ontwikkeling van groen gas van biologische oorsprong. We zijn voor het transport eigenaar van het biogasnetwerk Twente. Ook investeren we in de opschaling van de groengas productietechnologie, daartoe zijn we bijvoorbeeld aandeelhouder in startups. In de regio Rotterdam en Den Haag ontwikkelen we een grootschalig warmtetransport: Warmtelinq.”

Eric: “CCS is een van de bouwstenen voor een nieuw toekomstig energiesysteem waarbinnen elektriciteit en duurzame gasvormige energiedragers en duurzame warmte een dominante zullen rol krijgen. De verschillende opties – aardwarmte, CO2-opslag, groen gas en waterstof – moeten geïntegreerd en in samenhang een plek krijgen. Welke plek heeft CCS in jouw ogen in de energietransitie?”

Thijs: “Ik zie CCS als iets dat we doen vanwege het klimaat. Het heeft directe invloed op de CO2 -emissies. Het staat in dienst van het tegen gaan van de opwarming van de aarde. Ik spreek in het kader van CCS eerder van klimaattransitie dan van energietransitie. CCS lijkt onmisbaar als je op efficiënte en betaalbare wijze de klimaatdoelstellingen wil behalen. Voor industrieën creëert het tijd voor het verduurzamen van processen en het opschalen productiecapaciteit van groene technologieën als groene waterstof en elektrificatie. Het toepassen van CCS moet niet ten koste gaan van het ontwikkelen van die technologieën. Je moet beiden doen. In Nederland hebben we de unieke kans om CCS toe te passen. De ondergrond is er bij uitstek geschikt voor en vanwege de clustering van industrieën.”

Eric: “Als samenwerkingspartners in de ontwikkeling van CCS zien we een aantal grote uitdagingen. Een van die uitdagingen is dat alles nieuw is en dat er geen regelgeving en markt is voor CCS. Een andere uitdaging is dat we als publieke organisaties in de voorhoede lopen en andere partijen moeten meekrijgen in de wijze waarop we CCS in Nederland gaan toepassen. Wat zie jij als de grootste uitdagingen in CCS? En wat is er nodig om die uitdagingen te overwinnen?”

Thijs: “De grootste uitdaging is CCS in Nederland daadwerkelijk realiseren. Dat is nog geen 100 procent gelopen race. Hoewel het draagvlak binnen de overheid en industrie gegroeid is, blijft het belangrijk over te brengen dat CCS nodig is en dat het veilig en efficiënt toegepast kan worden. Het is mooi om te ervaren dat we steeds dichter bij het punt komen dat we dat daadwerkelijk kunnen laten zien. Het van begin tot eind goed uitvoeren van een eerste project als Porthos zal daarbij helpen.”

Eric: “De afgelopen periode hebben we een aantal belangrijke stappen gezet in de projectontwikkeling van Porthos. Zo is Porthos development bv opgericht en gaan we dit jaar naar commercial Final Investment Decision (FID) en een jaar later naar Final FID. Op dit moment zijn we hard aan het werk om de tarieven omlaag te krijgen. Wat zie jij als de belangrijkste mijlpalen in Porthos/Athos? Waar staan we nu? Wanneer verwacht jij dat de eerste concrete resultaten zichtbaar worden?”

Thijs: “Deze zomer speelt dat we aan de beoogde klanten (grote uitstoters van CO2 in de haven van Rotterdam) een tarief voor onze diensten moeten afgeven. Dat maakt het mogelijk dat deze klanten een subsidie bij de overheid kunnen aanvragen. Die subsidie is nodig voor klanten om een definitief contract met Porthos te kunnen afsluiten. Als we daar het resultaat van krijgen en de benodigde vergunningen binnen hebben, weten we of Porthos door kan gaan. Eind volgend jaar hopen we daar een positieve FID te kunnen nemen. Dan worden met het bouwen van pijpleidingen en een compressorstation de ontwikkeling van Porthos zichtbaar in de haven van Rotterdam en in de Noordzee. In 2024 moet de eerste CO2 de grond in gaan waarmee we in hele korte termijn in Nederland een grote hoeveelheid CO2 minder in de atmosfeer hebben. Dit is een hele belangrijke eerste stap.”

Eric: “Tot slot: Ik vind dit zelf een ongelooflijk belangrijk en spannend traject. Wat is jouw persoonlijke drijfveer?”

Thijs: “Ik vind het leuk bij te dragen aan het beter maken van de wereld en ik ben ervan overtuigd dat een groot CO2 -emissie project daar aan bijdraagt. Ik geniet van de nieuwheid en complexiteit. Het is een groot project met veel verschillende uitdagingen in verschillende domeinen. We werken samen in een goed team en zijn gedreven het project tot een goed eindresultaat te brengen. Ik zou het fantastisch vinden om in 2024 – als er daadwerkelijk CO2 de grond in gaat – met een gele bouwhelm over het Porthos-terrein te lopen. Dan is het van een plan op papier werkelijkheid geworden.”


Terug naar het overzicht

image
image
image